Mooie plaatjes en praatjes over lokale ‘duurzame’ energie

energie_lokaalDE PEEL – De initiatieven voor groene energie schieten de laatste tijd als paddestoelen uit de grond. Het lijkt wel of alles en iedereen plotseling ‘groen’ is geworden. In Deurne is Energyport Peelland van start gegaan. In Helmond is de Energie Club actief. Boekel moet een eigen energiecoöperatie krijgen ‘van, voor en door inwoners’. Someren werkt aan Zummere Power en in Gemert-Bakel zijn er plannen voor een zogenaamd ‘duurzame’ mestvergister. Is lokaal opgewekte energie daadwerkelijk zo duurzaam en groen als wordt beweerd?

Laten we duidelijk zijn: duurzame energie komt van wind, zon, waterkracht en soms een beetje biomassa. Grootschalige teelt of kap van biomassa om energie mee op te wekken, is nauwelijks duurzaam te noemen. Zeker als daarvoor grote stukken bos worden gekapt om plaats te maken voor bijvoorbeeld palmolieplantages. De nieuwste loot aan de stam is de sterke opkomst van zogenaamd ‘duurzame’ energie uit mestverwerkingsfabrieken.

Tegenstanders van duurzame energie van windmolens werpen nogal eens tegen dat de prijs van groene energie niet kan concurreren met de prijs van gangbare, grijze stroom. Mede omdat er veel subsidie gegeven wordt aan windmolens en zonnecollectoren. Vaak blijft onvermeld dat de Nederlandse overheid eveneens flinke sommen geld uitgeeft voor de bouw van bijvoorbeeld kolencentrales. In dat geval wordt dat ineens een ‘investeringspremie’ genoemd. Bovendien gaat het dan om installaties die wél CO2 uitstoten en dus bijdragen aan de klimaatopwarming.

Groen of grijze stroom?
Consumenten kunnen tegenwoordig bij alle energiebedrijven terecht voor ‘groene’ stroom. Volgens Milieudefensie en World Information Service on Energy (Wise) vergeten deze leveranciers er meestal bij te vertellen dat het gaat om stroom die met behulp van waterkrachtcentrales is opgewekt in Noorwegen. Aangezien nagenoeg alle stroom in Noorwegen met waterkracht wordt opgewekt, is er in dat land geen markt voor ‘groene’ stroom zoals wij die kennen.

Om die reden verkoopt Noorwegen deze certificaten aan energiebedrijven in andere landen, waaronder Nederland. Die stoken er echter geen mud kolen minder om. Het enige wat deze bedrijven doen, is een groene sticker plakken op hun zogenaamd duurzaam geproduceerde stroom. In feite gaat het om het groenwassen van grijze of zwarte stroom uit kolencentrales die bovendien ook nog eens worden gesubsidieerd. Volgens Milieudefensie en Wise wordt op deze wijze 28 procent van alle verkochte stroom voorzien van een ‘groen’ label, terwijl er in ons land slechts 10 procent van alle stroom écht duurzaam wordt geproduceerd.

‘Groene’ mestvergisters
Dichterbij huis vindt ook steeds vaker ‘green washing’ van energie plaats. Een typisch voorbeeld zijn mestvergistingsinstallaties (mestfabrieken). De provincie Brabant wil tientallen van dit soort installaties laten bouwen om het mestprobleem op te lossen. In werkelijkheid houden dit soort ‘oplossingen’ een compleet uit de hand gelopen systeem in stand. Sterker nog: mestfabrieken hebben een aanzuigende werking, waardoor de concentratie van vee in bepaalde regio’s zoals de Peel en de Kempen nog verder toeneemt.

Intussen wordt de burger een beeld voorgehouden dat het zou gaan om ‘groene’ of ‘duurzaam’ geproduceerde energie. Bijna al ons afval kan er in! Win-win! Tijdens de vergisting komt warmte vrij voor woningen en bedrijven. Het biogas kan eventueel zo het leidingnet in of omgezet in elektriciteit. Er kunnen zelfs auto’s op rijden. Fantastisch! Het klinkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook! Wanneer naar de totale energiebalans wordt gekeken, leveren deze initiatieven nauwelijks energie op.

Vervuiler krijgt subsidie
Achterliggende motieven, zoals het op een goedkope manier wegwerken van afvalstromen, vaak met aantrekkelijke subsidieregelingen, blijven doorgaans onvermeld. Zo kan voor de bouw van mestvergisters gebruik worden gemaakt van aantrekkelijke, financiële investeringsregelingen, zoals Vamil, MIA en EAI.

Daarnaast kunnen mestvergisters een beroep doen op de regeling Subsidie Duurzame Energie (SDE+) voor elke kuub geproduceerd gas. Daarmee worden mestvergisters (die alles behalve duurzaam zijn) gelijkgeschakeld met energie uit zonnepanelen of windturbines die qua energie-opbrengst vele malen duurzamer zijn. Een slimme zet van lobbyisten: hier wordt het principe van ‘de vervuiler betaalt’ handig omgezet in ‘de vervuiler krijgt subsidie’!

Wegpoetsen mestoverschot
Alle reden dus om de mooie plaatjes en praatjes van lokale initiatieven als Energyport Peelland, Zummere Power, Energie Club Helmond, Energiecoöperatie Boekel, RMS/MACE of hoe ze ook allemaal mogen heten zeer kritisch te bekijken. In de meeste gevallen gaat het om plannen om het mestoverschot weg te poetsen. Via slimme PR-campagnes proberen deze plannenmakers mensen wijs te maken dat het om groene energie zou gaan.

Consumenten die écht duurzame energie willen gebruiken, doen er goed aan om te kijken wie de leverancier is en hoe de energie wordt geproduceerd. Let daarbij vooral op wind- en zonne-energie uit Nederland. En de beste manier om het milieu te sparen is en blijft energie besparen!

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Boekel, Deurne, Energie, Gemert-Bakel, Helmond, Mestfabrieken, Peelregio, Someren, Subsidies met de tags . Bookmark de permalink.

1 Reactie op Mooie plaatjes en praatjes over lokale ‘duurzame’ energie

  1. mesjokke schreef:

    Eerst oerwoud omhakken, dan veevoer verbouwen, dan hierheen slepen, lossen, laden, malen, transporteren, voeren, vreten, transport.transport.transport/ mestfabriek laten draaien en weer transport…… en dan boerenbedrog plegen door het groene energie te noemen. Oud Brabants gezegde: in stront moet je niet roeren, want dat gaat stinken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>