SINT ANTHONIS – De intensieve veehouderij voltrekt zich grotendeels aan het oog van de buitenwereld. Mensen hebben vaak daardoor vaak geen idee hoeveel dieren er binnen hun gemeente worden gehouden. Het enige tastbare bewijs is de verschijning van steeds grotere stallen in het landschap en toenemende verkeer- en stankoverlast. Op deze pagina een overzicht van de omvang van de veestapel in de gemeente Sint Anthonis en de trends per diersoort tussen 2000 en 2011.
Veestapel (totaal)
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de totale veestapel tussen 2000 en 2011. Onderstaande grafieken laten een uitsplitsing per diersoort zien.
Varkens
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de varkensstapel tussen 2000 en 2011.
Bovenstaande grafiek toont de procentuele stijging en daling van de varkensstapel. Het jaar 2002 is het referentiejaar.
Pluimvee
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de pluimveestapel tussen 2000 en 2011.
Bovenstaande grafiek toont de procentuele stijging en daling van de pluimveestapel. Het jaar 2002 is het referentiejaar.
Runderen
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de totale rundveestapel tussen 2000 en 2011.
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de totale melkveestapel tussen 2000 en 2011.
Bovenstaande grafiek toont de procentuele stijging en daling van de melkveestapel. Het jaar 2002 is het referentiejaar.
Geiten en schapen
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de geitenkudde tussen 2000 en 2011.
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de schapenkudde tussen 2000 en 2011.
Nertsen en konijnen
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van het aantal nertsen tussen 2000 en 2011. Het betreft hier het aantal teven. Doorgaans krijgt elke teef in het voorjaar gemiddeld 4 tot 5 jongen. Dit betekent dat het totaal aantal nertsen gedurende zomer en herfst 4 tot 5 keer zo hoog ligt.
Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van het aantal konijnen tussen 2000 en 2011.




