De veesector in Noord-Brabant levert met afstand de grootste bijdrage aan het fosfaat- en stikstofoverschot in Nederland. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Omgerekend komt 45% van het nationale stikstofoverschot en 69% van het fosfaatoverschot uit de provincie Brabant. Het is nogal taaie kost, maar na het lezen van dit achtergrondartikel begrijp je hoe groot het mest-, fosfaat- en stikstofoverschot is en wat de relatie is met het fosfaatplafond, de Nitraatrichtlijn en de stikstofderogatieregeling. En waarom mestfabrieken dit probleem niet gaan oplossen.

Om te beginnen eerst een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen: in de media duiken geregeld foto’s op bij artikelen over het mestprobleem waarop een mesthoop is afgebeeld. Was het maar waar! Bovenstaande grafiek maakt duidelijk dat het échte mestprobleem wordt veroorzaakt door DUNNE mest en niet door vaste mest. Media die mesthopen blijven afdrukken, hebben weinig van deze problematiek begrepen. Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de veesector in de provincie Brabant met afstand de grootste producent is van dunne mest (ruim 14 miljoen ton), gevolgd door Gelderland, Overijssel en Friesland. Het plaatsen van vaste mest, een goede bodemverbeteraar vanwege de aanwezigheid van organische stof, laten we in dit achtergrondartikel verder buiten beschouwing.
Fosfaat en stikstof
De kern van het mestprobleem is niet het enorme mestvolume zelf, maar de mineralen die in deze mest zijn opgelost. Het gaat hierbij naast kalium vooral om fosfaat en stikstof. Fosfaat, kalium en stikstof zijn essentieel voor de groei van planten, maar een overmaat is schadelijk voor het milieu en de volksgezondheid. Daarom zijn er normen opgesteld voor deze stoffen. De dieren binnen de veehouderij in Nederland scheiden (schijten) echter veel meer mineralen uit dan planten op de beschikbare landbouwgronden in Nederland kunnen opnemen. Deze hoeveelheid kan van jaar tot jaar verschillen, afhankelijk van de hoeveelheid mest en het type planten (aardappelen, mais, tarwe, gras, enz) wordt verbouwd. In 2014 zag de fosfaat- en stikstofbalans er als volgt uit:
De blauwe balkjes geven de plaatsingsruimte voor fosfaat per provincie aan. De oranje balkjes het overschot aan fosfaat afkomstig uit dunne mest. De provincies Brabant, Gelderland, Limburg en Overijssel hebben een fors fosfaatoverschot (Brabant: overschot circa 24 miljoen kg). In de overige provincies is nog ruimte voor plaatsing van een beperkte hoeveelheid fosfaat. Probleem opgelost zou je zeggen. Maar dat is te snel gedacht.

Deze grafiek laat zien dat de provincies Brabant, Gelderland, Overijssel, Limburg, Friesland en Utrecht te maken hebben met een aanzienlijk tot fors stikstofoverschot dat niet geplaatst kan worden op de beschikbare gronden in die provincies. Net als in voorgaande grafieken is de problematiek het grootst in de provincies met veel intensieve veehouderijen, Brabant voorop (stikstofoverschot van circa 80 miljoen kg). De oorzaak is de import van grote hoeveelheden soja en andere grondstoffen voor de productie van veevoer (met daarin veel mineralen) uit andere werelddelen, waaronder Zuid-Amerika en de VS.
Deze grafiek laat de bijdrage zien aan de nationale stikstof- en fosfaatoverschotten van de veesector per provincie. Daaruit blijkt dat Brabant verhoudingsgewijs de grootste bijdrage levert aan deze problematiek, waarbij de bijdrage aan het nationale fosfaatoverschot (69%) verhoudingsgewijs nog groter is dan het stikstofoverschot (45%). NB De verhoudingen in deze grafiek lijken enigszins vertekend, doordat er in andere provincies nog beperkte plaatsingsruimte is (negatief overschot), maar het totale saldo is een overschot van fosfaat en stikstof in Nederland.
Fosfaat- en stikstofplafond
De laatste tijd woedt er een heftige discussie over het overschrijden van het fosfaatplafond door de Nederlandse veesector. Nederland is met de Europese Commissie in Brussel overeengekomen dat de totale hoeveelheid uitgescheiden fosfaat niet boven de grens (plafond) van 173 miljoen kg mag uitkomen.
De afspraak met Brussel is dat veesector in Nederland in totaal niet meer dan 173 miljoen kg fosfaat mag uitscheiden. In de aanloop naar het schrappen van de melkquota in 2015 bleek al dat Nederland door het fosfaatplafond zou vliegen. In 2015 produceerde de sector circa 180 miljoen kg fosfaat. De verwachting is dat dit in 2016 verder zal oplopen.
Opnieuw, dit is slechts een deel van het verhaal. Zoals hierboven geschetst is de stikstofproblematiek in Nederland nog aanzienlijk groter. Dat blijkt ook uit de volgende grafiek:
Hoewel met Brussel een fosfaatplafond is afgesproken, ligt er ook een koppeling met de maximaal toegestane hoeveelheid stikstof. Deze is begrensd op 504 miljoen kg stikstof. Deze grafiek laat zien dat die grens (stikstofplafond) in 2015 met ruim 51 miljoen kg stikstof is overschreden. De volgende grafiek toont de relatie tussen het fosfaat- en het stikstofplafond:
Anders dan de discussie doet vermoeden, is de overschrijding van het stikstofplafond veel groter dan die van het fosfaatplafond. Er is echter wel een relatie: Brussel heeft het fosfaatplafond gekoppeld aan een maximale hoeveelheid stikstof. Daarmee komen we aan een volgend begrip: de stikstofderogatieregeling.
Derogatieregeling stikstof
De Nederlandse regering heeft afspraken gemaakt met de Europese Commissie over het maximaal gebruik van stikstof per hectare op bouwland of grasland. In de EU geldt een norm van 170 kg stikstof per hectare per jaar. De Nederlandse veesector lobbyt al jaren in Den Haag en Brussel om een uitzondering op die EU-norm te bedingen. Met succes, want Nederland maakt momenteel voor de 5e keer gebruik van een uitzonderingsregeling (stikstofderogatie geheten). Dit houdt het volgende in:
Gebruiksnormen voor stikstof in Nederland (kg/ha/jr)
Deze tabel geeft aan dat melkveehouders met weilanden op zand- of lössgronden in Zuid-Nederland 230 kg stikstof ha/jr mogen gebruiken in plaats van de EU-norm van 170 kg/ha/jr. Elders in Nederland mogen melkveehouders 250 kg of meer stikstof per hectare gebruiken. De verlaging in Zuid-Nederland naar ‘slechts’ 230 kg stikstof is een ‘coulante straf’ in verband met de forse overschrijdingen van fosfaat en stikstof in Brabant en Limburg.

Het argument van de veesector richting EU is dat de gronden in Nederland zo hoogproductief zijn dat deze extra stikstofgift gerechtvaardigd zou zijn. Die vlieger gaat in de praktijk niet op, want uit de eerder gepresenteerde CBS-cijfers (die rekening houden met de plaatsingsruimte gerelateerd aan grondsoort en gewassen) blijkt dat er naast een fosfaatoverschot ook een fors stikstofoverschot is in Nederland van 51 miljoen kg. Doordat het fosfaatplafond wordt overschreden, staat nu ook het voortzetten van de stikstofderogatieregeling na 2017 op de tocht.
Maar het kan nog bonter: de huidige derogatieregeling biedt de mogelijkheid om 320 kg stikstof per hectare per jaar op grasland te gebruiken op zand- en lössgronden, mits al het gras wordt gemaaid. Dit heeft tot gevolg dat koeien permanent op stal worden gehouden (lees: meer ruimte om stikstof te gebruiken). Met andere woorden: hier wordt een superbonus uitgedeeld om koeien uit de wei te halen en op te stallen. Daarmee wordt het convenant om melkkoeien vaker de wei in te sturen in de praktijk uitgehold. Een andere negatieve bijwerking van het derogatiebeleid is dat weidevogels geen schijn van kans hebben om te overleven op deze intensief beweide en/of gemaaide graslanden.
Bijdrage Peelregio
Hierboven is de fosfaat- en stikstofproblematiek geschetst op landelijke en provinciaal niveau. Tijd om in te zoomen op de Peelregio. Hoe groot is de bijdrage van de veesector uit deze regio aan de nationale overschotten? En welke gemeenten binnen de Peelregio leveren de grootste (of geringste) bijdrage aan dit probleem? We beginnen met fosfaat:

![]() |
![]() |
Binnen Brabant (grafiek links) is 58% van het fosfaatoverschot afkomstig uit de Peelregio. In Limburg (grafiek rechts) is de situatie nog dramatischer. Daar zijn zes Limburgse gemeenten (Horst aan de Maas, Leudal, Nederweert, Peel en Maas, Venray en Weert) verantwoordelijk voor maar liefst 106% bij aan het fosfaatoverschot. Dat kan nooit, toch? Dat kan wel, want in de rest van Limburg is er nog plaatsingsruimte voor zes procent van de totale hoeveelheid plaatsbaar fosfaat. Die ruimte wordt volledig opgevuld (6% + 100% overschot) door de Limburgse Peelregio.
Evenmin verrassend is dat de stikstofproblematiek in de Peelregio nog groter is. Al decennia drukt de intensieve veehouderij zwaar op het milieu en de leefomgeving. In de top grootste vervuilers duiken telkens opnieuw dezelfde gemeenten op: Venray, Sint Anthonis, Gemert-Bakel, Nederweert, Bernheze en Deurne.

![]() |
![]() |
Het relatieve aandeel in het stikstofoverschot van de Brabantse Peel (57%) is binnen Brabant ongeveer gelijk aan het fosfaatoverschot. De bijdrage van de zes Peelgemeenten in Limburg (123%) is nog hoger. Wanneer we het stikstofoverschot per gemeente vertalen naar het volume dunne mest krijgen we de volgende grafiek:
Het totale mestoverschot dat de veehouderij in de Peelregio per jaar produceert is nauwelijks te bevatten. Bij elkaar opgeteld is ruim 6 miljoen ton (6.000.000.000 kg) van het totaal mestvolume van 8,17 miljoen ton niet plaatsbaar en dus mestoverschot. Omgerekend komt dat neer op een mestoverschot van 75% in de Peelregio. Sommige Peelgemeenten scoren nog hoger:
De veesector in Venray heeft een mestoverschot van 82%. Veel Peelgemeenten zitten daar maar net onder. Zelfs Helmond heeft nog altijd een mestoverschot van 31%.
Mestfabrieken lossen niets op!
De veesector en veel politici (de lobby zit niet stil) denken nog steeds dat dit gigantische mestoverschot weggewerkt kan worden met techniek. Niet zelden wordt daar een flinke schep subsidie aan toegevoegd. Minister Kamp heeft in oktober 2016 nog eens 150 miljoen euro extra uitgetrokken aan subsidies aan zogeheten monovergisters. Eerder zijn er al tientallen miljoenen verstrekt aan covergisters en andere mestfabrieken.
Dit geld wordt uiteraard opgebracht door de belastingbetaler, anders zijn deze installaties onbetaalbaar. Onrendabel blijven ze sowieso. Een veel gebezigd argument is dat met deze installaties waardevolle mineralen teruggewonnen kunnen worden (het ‘bruine goud’). Over omgekeerde retoriek gesproken: het mineralenoverschot hangt als een molensteen om de nek van de veesector en kan niet zonder subsidie worden weggepoetst.
Bijna overal in EU overschot aan mineralen
Daar komt bij: waarheen met het overschot aan mineralen? In dit achtergrondverhaal is uiteengezet dat er geen plaats in Nederland is voor het plaatsen van dit overschot. Daarom heeft de veesector zijn zinnen gezet op export naar het buitenland. Nu al gaan er grote hoeveelheden mest de grens over naar onder meer Duitsland, België, Frankrijk, enz. Maar ook daar is sprake van een overschot aan stikstof per hectare zoals blijkt uit deze EU-kaart:
Bovenstaande kaart toont het stikstofoverschot per hectare binnen de EU. Recentere data staan in onderstaande grafiek (bron: Eurostat 27-10-2016). Daaruit blijkt dat de stikstofoverschotten in de EU de afgelopen jaren zijn gedaald, maar ook dat de meeste landen nog altijd worstelen met een aanzienlijk tot fors stikstofoverschot. Ook de plaatsingsruimte voor fosfaat binnen de EU is beperkt:
Bovenstaande grafiek laat zien dat de meeste EU-landen gemiddeld te maken hebben met een bijna-balans of fosfaatoverschot per hectare (*data 2013). Alleen in Bulgarije, Tsjechië, Italië, Romenië, Slowakije en Zweden is er nog beperkte plaatsingsruimte. Veel ruimte voor afzet van fosfaat is er dus niet. De vraag is bovendien of dit zo blijft en of de transportkosten opwegen tegen de voordelen van export?
Uit recente cijfers (Eurostat 27-10-2016) blijkt tevens dat alle EU-landen in 2014 (*data 2013) een stikstofoverschot per hectare hebben, uitgezonderd Roemenië waar sprake is van een marginale balans (-1). Duitsland, met een gemiddeld overschot van 87 kg/ha, is in november 2016 door de Europese Commissie aangeklaagd bij het Europees Hof wegens het structureel overschrijden van de Nitraatrichtlijn (die het grondwater moeten beschermen tegen een overmaat aan stikstof). De kans dat Nederland met een gemiddeld stikstofoverschot van 140 kg/ha na 2017, wanneer de huidige derogatie afloopt, nog aanspraak kan maken op een nieuwe derogatieregeling wordt met de dag kleiner. Dat zal ertoe leiden dat het stikstofoverschot in Nederland nóg groter zal worden.
Politici en veesector geloven in sprookjes
Ondanks deze feiten blijven veesector en politici in Nederland (tegen beter weten in) hopen dat er afzet is voor de overtollige mineralen in Duitsland en andere EU-landen. Ze noemen dit sprookje zelfs ‘het sluiten van kringlopen op Europese schaal’. De kans dat andere EU-landen het Nederlandse mestoverschot willen ontvangen, zal steeds verder verdampen zodra deze landen geconfronteerd worden met naleving van de Nitraatrichtlijn.
Bovendien heeft het dumpen van het Nederlandse mestoverschot over de grens niets met het sluiten van kringlopen te maken. De import van soja blijft gewoon doorgaan, zodat de verstoorde mineralenbalans structureel in stand wordt gehouden. Helemaal krankzinnig is dat het in Nederland geproduceerde vlees, eieren en zuivel weer op de wereldmarkt wordt verkocht met een flinke schep subsidie (opgebracht door de belastingbetalers). Daarbovenop komt nog de forse bijdrage van de veesector aan de klimaatopwarming. Elke logica ontbreekt.
Provinciale Staten Brabant aan zet
In december gaan de leden van Provinciale Staten (het Brabantse parlement) een besluit nemen over het zogeheten “nieuwe mestbeleid” van de provincie. Alle eerdere pogingen om dit probleem op te lossen, zijn allemaal roemloos gesneuveld. Zes miljoen ton mest poets je niet zomaar weg. Mochten de fracties ondanks alle argumenten toch besluiten om alle kaarten op techniek (lees: mestfabrieken) in te zetten in plaats van gezond verstand, dan staat de inwoners van de gemeenten in de Peelregio dit te wachten:
Deze grafiek toont het mestoverschot per gemeente omgerekend naar aantal mestfabrieken à 100.000 ton per installatie. Nu al zijn er diverse mestfabrieken actief in bedrijf. Dit aantal zal fors toenemen. De kernvraag blijft: waar gaan we straks met het mestoverschot naar toe gelet op het structurele mineralenoverschot in andere EU-landen ?

Meer achtergrondinformatie:
- Mestoverschot: 75%
- Fosfor-junkies: landbouwgewassen zijn verslaafd aan fosfaat
- Dikke EU-subsidie van € 8,3 ton voor mestfabriek Odiliapeel
- Fundamentele discussie over mestfabrieken ontbreekt
- Kiezen tussen mestfabrieken, mestfabrieken of mestfabrieken?
- Algemene Rekenkamer: 62 miljoen subsidie mestvergisters
- Aantal varkens sinds 2003 met 1,4 miljoen gestegen in Zuid
- Weidegang koeien Brabant blijft dalen ondanks convenant






























