WAGENINGEN – De agrarische sector heeft hoge verwachtingen om het gigantisch mestoverschot af te zetten als zogenaamde kunstmestvervangers. Zelfs als er een wettelijke status voor het ‘bruine goud’ wordt verkregen van de Europese Commissie, dan nog zijn de afzetkansen van mineralenconcentraten gering. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit. Dit heeft te maken met de lage hoeveelheid stikstof (1%) en te hoge kaligehalten. Volgens de onderzoekers is er nauwelijks een markt voor deze concentraten.
De agrarische sector lobbyt al geruime tijd de deur plat bij de Europese Commissie in Brussel om vloeibaar afvalstromen uit mestfabrieken (concentraten met onder andere stikstof en kali), goedgekeurd te krijgen als kunstmestvervanger. Dit zou volgens de agrosector een oplossing kunnen zijn voor het enorme mestoverschot in Nederland. Op dit moment erkent de Europese Unie mineralenconcentraten niet als kunstmestvervanger.
Onderzoekers van Wageningen Universiteit (LEI) en van het Nutriënten Management Instituut (in werkelijkheid een eveneens in Wageningen gevestigde BV) gingen na wat de afzetkansen zijn wanneer kunstmestvervangers uit dierlijke mest wettelijk gelijk zouden worden gesteld aan kunstmest.
De conclusie luidt dat de afzetmogelijkheden voor mineralenconcentraat beperkt zijn vanwege de lage hoeveelheid stikstof (1 procent) en de verhoudingsgewijs hoge kaligehalten waar nauwelijks markt voor is. Teveel kali kan bovendien gezondheidsproblemen veroorzaken bij melkkoeien. Daarnaast zijn de transportkosten hoog, doordat concentraten veel water bevatten. “Daarom verwachten we dat de vraag naar mineralenconcentraat bij de huidige kwaliteit maar beperkt zal groeien als de wettelijke belemmeringen wegvallen.” Bron: WUR










