DEN BOSCH – De veesector in Brabant slaat de laatste weken op alle trommels en pannen die ze maar kan vinden. Het was te voorzien. Elke keer als de overheid een minimale stap zet om de intensieve veehouderij ook maar een beetje te beteugelen, laat de sector luidruchtig van zich horen. Het enige dat de provincie doet, is de deadline voor de uitstoot van ammoniak zes jaar vervroegen om eindelijk te voldoen aan haar wettelijke verplichting om de hoge stikstofbelasting in Brabant aan te pakken. Die maatregel doet ongetwijfeld pijn en treft voornamelijk veehouders met oude stallen. Daar staat tegenover: waar halen deze bedrijven het recht vandaan om het milieu onevenredig te blijven belasten?
Wat zwaar onderbelicht blijft in de discussie is dat in de nieuwe Verordening Ruimte, die vrijdag 7 juli op de agenda staat van provinciale staten, de veesector extra ruimte krijgt. Zo zijn er straks weer uitbreidingen mogelijk van stallen tot 2,5 hectare, waarmee de eerder moeizaam bereikte grens van maximaal 1,5 hectare bouwblok teniet wordt gedaan. Ook uitbreidingen, en zelfs nieuwvestiging op ‘maagdelijke gronden’, is binnenkort weer mogelijk in gemengd landelijk gebied, de groenblauwe mantel én binnen het Natuur Netwerk Brabant. Daarmee zet de provincie de klok ver terug.
Mestfabrieken
Maar dat is nog niet alles. Het provinciebestuur geeft ook ruim baan aan mestfabrieken, zowel op industrieterreinen als in het buitengebied. Of mestfabrieken daadwerkelijk bijdragen aan het ‘oplossen’ van de mestproblematiek doet kennelijk niet ter zake (ze verplaatsen het probleem). Om over de subsidies op mestvergisters (500 miljoen euro in Brabant) nog maar te zwijgen. Hoezo de vervuiler betaalt?
Wat ook buiten beeld blijft: mestfabrieken houden de extreem grote veestapel in stand. Sterker nog, mestverwerking leidt tot verdere schaalvergroting, veeverdichting, grondloze groei en consolidering van het mestoverschot dat in Oost-Brabant nu al rond de zeventig procent ligt. Vanuit het oogpunt van milieu, leefbaarheid en volksgezondheid een verwerpelijke en onverantwoorde keuze.
Staldering
De sector werpt ongetwijfeld tegen dat de provincie met het ‘stalderingssysteem’ wil gaan werken. Dat houdt in dat bij nieuwbouw elders een oude stal gesloopt dient te worden en dat daarbij tien procent van het oorspronkelijke vloeroppervlak ingeleverd dient te worden. Dat klinkt ingrijpend, maar het levert hooguit een reductie op van de veestapel van -10% over een periode van 30 tot 40 jaar.
Afgezet tegen de huidige varkensdichtheid in ZO-Brabant (2.650 varkens per km2) zijn dat nog altijd 2.385 varkens km2. Ter vergelijking: Brabant telt momenteel gemiddeld 1.220 varkens per km2, Nederland 365 en Duitsland slechts 79 per km2. Met het ‘strenge’ beleid van de provincie zit Oost-Brabant over 40 jaar dus nog altijd met een extreem aantal varkens, waarbij andere diersoorten niet eens zijn meegeteld.
Volksgezondheid en leefomgeving
Recent verscheen een onderzoek van het RIVM, waaruit blijkt dat omwonenden van pluimvee- en geitenbedrijven vaker last hebben van longontstekingen. Eerder waren er al aanwijzingen dat rond bedrijven met koeien, kippen en varkens meer luchtwegklachten voorkomen. Of de overheid nu daadwerkelijk gaat ingrijpen, blijft een open vraag.
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) plaatste daar onlangs vraagtekens bij in een evaluatierapport over de Meststoffenwet. Daarin staat dat naar schatting 4 tot 28 procent van alle stikstof en 8 tot 29 procent van alle fosfaat uit mest ergens in het milieu verdwijnt. Het PBL concludeert: “Met name op de zuidelijke zandgronden is het huidige economische verdienmodel moeilijk te verenigen met ecologische wensen.”
Mestfraude en waterwinning
De impact daarvan kwam 22 juni aan de orde tijdens een rondetafelgesprek over mestfraude in de Tweede Kamer. Directeur Frentz van de Vewin vertelde dat alleen al in Brabant zes drinkwaterwingebieden zijn gesloten, omdat de reinigingskosten te hoog zijn door de uitspoeling van nitraat uit mest. Het is geen uitzondering. Ook andere zogeheten ‘externe kosten’ zoals lucht, bodem, volksgezondheid en klimaat worden structureel afgewenteld op milieu en maatschappij.
Onderzoekers van Wageningen Economic Research (Van Drunen, Blonk en collega’s) hebben becijferd dat de externe (niet meegetelde) kosten voor varkensvlees tussen € 1,84 en €2,06 per kg liggen, terwijl de brutoprijs die varkenshouders ontvangen momenteel op gemiddeld € 1,68 per kg ligt. Een kg varkensvlees zou dus af boerderij het dubbele moeten opbrengen om alle kosten te vergoeden.
Natuur op winst?
“Natuur op winst in veehouderijdebat’, kopte het ED zaterdag 1 juli 2017. Was het maar waar! Ook met de nieuwe Verordening Ruimte blijven milieu en leefomgeving, zonder drastische inkrimping van de veestapel, opdraaien voor de kosten en pijn lijden.
[Deze opiniebijdrage van Mens, Dier & Peel is 4 juli verschenen in het ED]











Waarom moet de gezondheid van miljoenen mensen in gevaar komen, omwille van een gering aantal vee-fabrikanten. Alle bestuurders die hieraan meewerken acht ik hoofdelijk schuldig. Hebben ze dan niks geleerd van die twee die ministers van het CDA, ofwel de Partij van de Q-koorts?
Een gemeente ten zuiden van Breda presteert het zelfs om na bodemonderzoek bij een bijna 40 jaar oud bedrijf zich door de rechtbank te moeten laten dwingen om nader bodemonderzoek uit te laten voeren om vast te stellen of de mestkelders al dan niet lek zijn. Ik voorspel dat de gemeente in hoger beroep zal gaan bij de RvS.
Milieudefensie maakt zich erg druk, en terecht, over de vieze lucht in de steden. Het wordt tijd dat deze zich ook gaat bemoeien met de vieze lucht op het platteland, hoewel tegenwoordig: p l a t e n land….
Longfonds geeft aan, dat ook in plaatsen met vee-fabrieken de lucht steeds slechter wordt.
Vanwege de vieze lucht een geitenstop (tijdelijk, dus…) Maar waarom verneem ik niks over het overige vee? Mijn neus liegt toch niet!?