GGD Nederland: ‘Antibioticagebruik met 90% reduceren’

UTRECHT – De directeur van GGD Nederland, Laurent de Vries, vindt dat het antibioticagebruik in de intensieve veehouderij met 90 procent moet worden gereduceerd. “De resistentie moet omlaag, want er staan mensenlevens op het spel.” De ministeries van VWS (Volksgezondheid) en EL&I (Landbouw) zijn echter met de Tweede Kamer overeengekomen dat er in 2013 een vermindering van 50 procent moet zijn gehaald ten opzichte van 2009. De sector geeft echter aan dat die doelstelling niet haalbaar is. Volgens De Vries blijkt uit pilots dat de antibioticareductie juist veel sneller kan.

Laurent de Vries laat in een interview met het vakblad Boerderij (9 augustus 2011) weten de doelstelling van het kabinet onvoldoende te vinden. “De resistentie moet omlaag, want er staan daarbij mensenlevens op het spel. Het preventief gebruik van antibiotica in de veehouderij moet direct stoppen. Ook moeten er geen koppelbehandelingen via het voer of het drinkwater meer worden gedaan. Alleen het individuele dier dat ziek is behoort te worden behandeld.”

In een brief aan de Kamercommissie EL&I over dierziekten en antibiotica schrijft De Vries dat ondanks de toegenomen aandacht en publiciteit voor antibioticaresistentie, de reductiedoelstellingen van 20% in 2011 en 50% in 2013 blijven gehandhaafd. “Dit hadden wij graag anders gezien”, aldus De Vries.

“De MRSA- en ESBL-problematiek moet pro-actief worden aangepakt, omdat dit tot grote problemen kan leiden in de Nederlandse ziekenhuizen. Behandeling van ernstig zieke mensen is hierbij in het geding. GGD Nederland pleit daarom voor een snellere en effectievere aanpak van de antibioticareductie in de veehouderij dan tot nu toe voorgesteld, en is er van overtuigd dat dit mogelijk is.”

Uit pilots blijkt: antibioticareductie kan sneller
In de praktijk ziet GGD Nederland dat het terugdringen van antibioticagebruik in de diersector veel sneller kan. Er zijn voorbeelden van varkenshouders die in een half jaar tijd 50% en in 2 jaar tijd 95% reductie van antibiotica weten te realiseren. GGD Nederland pleit voor snelle en landelijke implementatie van deze succesvolle initiatieven of pilots.

1. Binnen het innovatienetwerk (gefinancierd door het ministerie van EL&I) worden positieve ervaringen opgedaan met de reductiemaatregelen. Hierbij wordt een ketenbenadering gehanteerd, waarbij de veehouder, de veearts en de veevoederbedrijven gezamenlijk de reductiedoelstellingen aanpakken. Dit blijkt effectief resultaat te hebben. Met name inzet van onafhankelijke coaches heeft een positief effect op het doorbreken van ingesleten patronen.

In een korte periode van een half jaar is al een reductie van 50% mogelijk, o.a. door verbetering van de technische hygiënezorg in de stallen. Bij dit project zijn veehouders uit de varkens- en pluimveesector aangesloten, helaas heeft de kalversector zich hierbij (nog) niet aangesloten. De eerste projectresultaten kunnen naar verwachting in juni worden gepubliceerd.

2. Een ander voorbeeld betreft een varkenshouder die in het eerste jaar een reductie van 65% realiseert, louter door toepassing van technische hygiënemaatregelen en andere bedrijfsvoering in de stallen. Het tweede jaar door toepassing van PIP probiotica in het drinkwater, maar ook in de stallen. Dit leverde een reductie van 95% op met een enorme kostenbesparing op het antibioticagebruik. Gelijkblijvende productiecijfers en gezondere dieren.

Aanleiding was de constatering van MRSA bij één van de gezinsleden die een open hartoperatie moest ondergaan. Wegens een geconstateerde MRSA moest de operatie worden uitgesteld naar een later tijdstip. Bron van infectie bleken de varkens te zijn. Na wijziging van bedrijfsvoering is uit onderzoek onder de gezinsleden gebleken dat de infectiedruk van MRSA is vermindert. Behalve een kostenbesparing op de aanschaf van antibiotica, levert dit het perspectief van productie van antibioticavrij vlees.

Overheid als toezichthouder
De Vries:  “Staatssecretaris Bleker deed in zijn reactie op het artikel in het NRC Handelsblad van 9 april jl. een beroep op de dierenartsensector om een cultuuromslag teweeg te brengen. GGD Nederland signaleert een inkomensafhankelijkheid van de dierenarts in relatie tot het voorschrijven van antibiotica en ziet een worsteling om dit te doorbreken. GGD Nederland vraagt zich af of de wijze waarop in de humane geneeskunde de rol van de apotheker is losgekoppeld van de voorschrijvend specialist, niet ook kan worden toegepast in de diersector. Wellicht kan hierdoor de schijn van belangenverstrengeling worden weggenomen.”

Pharmaceutische industrie
GGD Nederland constateert verder op de website van FIDIN (Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen in Nederland) dat zij zich verzetten tegen het initiatief van de varkenshouderij (vertegenwoordigd door het Productschap Vee en Vlees) om te komen tot een verbod van fluoroquinolonen en 3e en 4e generatie cephalosporinen. “Wij zien dat de sector voortvarend aan de slag wil, maar dat de pharmaceutische industrie (vooralsnog) deze beweging belemmert”, aldus De Vries in zijn brief aan de Kamer.

Nauwere samenwerking
In een interview met het vakblad De Boerderij pleit de GGD-directeur verder voor nauwere samenwerking tussen de humane gezondheidszorg en de veterinaire geneeskunde (dierenartsen), zodat artsen direct melding kunnen maken van een uitbraak van een infectieziekte. Omgekeerd zouden dierenartsen melding moeten maken van het voorkomen van zoönosen (ziekteverwekkers die kunnen overslaan van dier op mens).

De Vries laakt in dit verband de opstelling van de Gezondheidsdienst voor Dieren die naar zijn mening veel te terughoudend is met het beschikbaar stellen van informatie aan regionale GGD-en vanwege privacyoverwegingen (beschermen van de veehouder(s). Volgens de GGD zouden de eisen en gezondheidsmaatregelen bij dieren en mensen hetzelfde moeten zijn.

Verkoop antibiotica
De directeur van GGD Nederland is ook kritisch over de betrokkenheid van dierenartsen bij het voorschrijven, verkopen en toedienen van antibiotica. Die keten (dierenarts en apotheker verenigd in één praktijk) zou volgens hem doorbroken moeten worden door bijvoorbeeld een systeem in te voeren met ziektekostenverzekeraars vergelijkbaar met de humane gezondheidszorg. Daarmee wordt voorkomen dat de dierenarts rechtstreeks wordt betaald door de veehouder. “Dat is veel zuiverder”, aldus De Vries.

Verder pleit hij voor het invoeren van normering per diersoort en een Gezondheidseffectrapportage (analoog aan de Milieu Effect Rapportage; MER) bij nieuwbouw of uitbreiding van veehouderijbedrijven. In deze Gezondheidseffectrapportage moet rekening worden gehouden met risico’s van emissies van fijnstof en ziektekiemen op de omgeving. Dit kan betekenen dat er in een straal rondom een intensieve veehouderij niet meer gebouwd mag worden of omgekeerd dat er geen nieuwbouw of uitbreiding van veehouderijen kan plaatsvinden wanneer er in de directe omgeving woningen staan.

Praktijk: 30% reductie haalbaar
De 90 procent reductie die GGD-directeur De Vries bepleit, staat haaks op de praktijk. Een groep deskundigen sprak onlangs de verwachting uit dat de doelstelling van het kabinet (50% reductie in 2013) niet gehaald zal worden. Er is volgens hen hooguit een reductie van 30 procent haalbaar mits ‘alle betrokkenen een maximale inspanning leveren’.

Dit bericht is geplaatst in Antibiotica, GGD, Pluimveehouderij, Rundveehouderij, Varkenshouderij, Volksgezondheid, Zoönosen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.