DEN BOSCH – Een ruime meerderheid in het Brabantse parlement (CDA, VVD, SP, PvdA, D66 en 50+) heeft vrijdag 9 december ingestemd met de door Gedeputeerde Staten voorgestelde uitwerking van het rapport van de commissie Van Doorn ‘Al het vlees duurzaam in 2020’. De fracties van GL, PvdD en PVV stemden tegen. Hoewel er een reeks bezwaren en onduidelijkheden kleven aan dit rapport, meent een meerderheid in Den Bosch dat dit document een aanzet is tot ‘verduurzaming’ van de intensieve veehouderij. Of dit daadwerkelijk zal leiden tot beperking van de veestapel en groei van het aantal megastallen en mestfabrieken valt te betwijfelen. Staatssecretaris Bleker gaf op 1 december aan geen rem te willen op de veesector en kreeg hiervoor een meerderheid in de Tweede Kamer achter zich.
Tijdens de behandeling van de stukken werd een groot aantal moties en amendementen ingediend, die niet allemaal de eindstreep haalden. Uitzondering was onder meer een motie voor het opnemen van afstandscriteria voor intensieve veehouderijen in ruimtelijke ordeningsplannen om risico’s voor verspreiding van dierziekten en overlast voor burgers te beperken. VVD, CDA en D66 waren daarop tegen met het argument dat eerst het onderzoek van de Gezondheidsraad afgewacht dient te worden. Dit onderzoek wordt medio 2012 verwacht.
Traceerbare kringloop
Een andere motie die wel een meerderheid achter zich kreeg (zelfs unaniem), betrof het realiseren van een traceerbaar gesloten kringloop voor mineralen op Noordwest-Europese schaal. Het sluiten van kringlopen is belangrijk om schade aan milieu en volksgezondheid te beperken. Gedeputeerde Staten kreeg de opdracht mee om de ‘onafhankelijke regisseur’ die belast wordt met de uitvoering van het rapport van de Commissie Van Doorn deze mineralenstromen inzichtelijk te maken.
De motie ‘Genoeg, geen vee erbij!’ van PvdA, PvdD, GroenLinks, D66, SP, 50+ en PVV werd eveneens gesteund door een meerderheid van de fracties. Gedeputeerde Yves de Boer (VVD) ontraadde de Statenleden voorafgaand aan de stemming om voor deze motie te stemmen met het argument dat het provinciebestuur intensief contact onderhoud met ‘Den Haag’ en dat er nog geen beeld gevormd kan worden van de maximale omvang van de veestapel.
Wel of geen rem op veestapel?
De voorstanders stemden om uiteenlopende redenen voor (GL: ‘Nulmeting’, PvdA: ‘Geen vee erbij tot criteria duidelijk zijn’). De VVD stemde uiteindelijk toch tegen de motie, omdat zij de ‘onafhankelijke regievoerder’ (Van Doorn) niet voor de voeten wil lopen. Het CDA was tegen, omdat het hier gaat om een ’taak van het Rijk’. De vraag is inderdaad wat deze motie waard is in de praktijk. Tijdens de behandeling van het rapport van de commissie Van Doorn in de Tweede Kamer op 1 december bleek dat staatssecretaris Bleker (CDA) geen rem wil op de omvang van de veestapel en grootte van veestallen. Verder moeten problemen maar op lokaal niveau door gemeenten worden opgelost. De staatssecretaris kreeg hiervoor steun van een Kamermeerderheid.
Hier tekent zich een merkwaardige tweedeling af. Aan de ene kant denken politici in Den Bosch dat het rapport van de commissie Van Doorn bijdraagt aan verduurzaming en beteugeling van de vee-industrie en alle daarmee samenhangen problemen. Aan de andere kant wil een meerderheid in de Tweede Kamer onder aanvoering van staatssecretaris Bleker van geen slot op veestapel en bedrijfsomvang weten. Daarnaast liggen er allerlei zaken van veehouders klaar op het bureau van de bestuursrechter om vergunningen voor uitbreidingen of schadevergoedingen op te eisen. Deze situatie geeft aan dat provincie, rijksoverheid en gemeenten in verschillende werelden leven.
Mestfabrieken zijn geen oplossing
Een poging van D66, PvdD, SP en GroenLinks om niet gebruikte bouwblokken te verkleinen bij beëindiging van agrarische bedrijven, werd weggestemd door VVD, CDA, PVV, PvdA en opmerkelijk genoeg ook de SP die bij nader inzien eerst onderzoek wenste over de haalbaarheid van deze motie. Een motie van het CDA (gesteund door PvdA, SP, GroenLinks en D66) om ‘Green Deals’ te sluiten met de regio om te komen tot gezamenlijke doelstellingen voor economische ontwikkeling, natuur, recreatie en toerisme, duurzame energie en kringlopen kreeg wel een meerderheid. Alleen de PVV stemde tegen.
Bij deze motie dient nadrukkelijk aangetekend te worden dat sommige partijen grootschalige mestverwerking in mestfabrieken beschouwen als een ‘duurzame oplossing’ van het mestoverschot wat het in de praktijk allerminst is. De provincie wil zelfs zover gaan om hiervoor locaties aan te wijzen in De Peel ‘in overleg met gemeenten en bewoners’. Volgens waterschap Aa en Maas zijn er inmiddels tientallen aanvragen ingediend. De gezamenlijke bewoners- en milieugroepen in De Peel vinden mestfabrieken geen oplossing, maar een schijnoplossing omdat hiermee het mineralenvraagstuk alleen maar wordt verplaatst. Het is bovendien een middel om door te blijven gaan met allerminst duurzame bulkproductie van vlees.
Garantiefonds uitbraak dierziekten
Naast allerlei andere moties en amendementen werd tenslotte ook nog een motie ingediend over het instellen van een zogeheten ‘Garantiefonds kosten zoönosen’ dit om te voorkomen dat toekomstige kosten van uitbraken van dierziekten, ruimingen en bijkomende kosten (volksgezondheid) opnieuw worden afgewenteld op de belastingbetaler.
De Commissie Van Doorn stelde in haar rapport voor deze kosten uit publieke middelen te betalen, maar dat ging zelfs GS te ver. Zij stelden dat een garantiefonds niet met ‘publiek geld gevuld zal en mag worden’. Een meerderheid van PS vond dat onvoldoende en steunde een motie ‘dat het in te stellen publiek fonds door het bedrijfsleven zelf gevuld dient te worden’. Volgens de VVD was deze motie ‘overbodig’. Samen met het CDA stemden zij daarom tegen.
Stichting Mens, Dier & Peel











Alsmaar schaalvergroting in de Intensieve Veehouderij is een heilloze weg; dat vinden ZLTO en is de conclusie van de commissie van Doorn. Duurzaamheid en eigenschaligheid van bedrijven moet het zijn volgens de Visie ZLTO. De heer van Doorn komt tot de conclusie dat de ideale schaalgrootte van een intensieve veehouderijbedrijf 4 fte (arbeidskrachten) is en voor een dergelijk bedrijf is een bouwblok van 1,5 Ha meer dan voldoende volgens berekeningen van de wetenschappers aan de LandbouwUniversiteit Wageningen (WUR); met een dergelijk bedrijf heb je de ideale omvang en valt de kost mee te verdienen.
Waarom wordt de maximale bouwblokgrootte dan niet gesteld op 1,5 Ha? Ook moet er dan een maximum aan productiedieren gesteld worden in de provincie Noord Brabant. Op die manier beperk je uiteindelijk de geuroverlast en de gevaren voor de volksgezondheid. Nieuwe stallen worden uitgerust met zuiveringssystemen (Liefst luchtwassers die ook de geurbelasting beperken). Op bovenstaande manier is handhaving ook heel simpel.