HILVERSUM / DÜSSELDORF – Johannes Remmel, minister van Milieu in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen, is tegen de komst van mest van Nederlandse veehouders. Volgens Remmel is er in Duitsland genoeg mest. Bovendien kost het gesleep met mest veel geld. Hij maakt zich onder meer zorgen over uitspoeling van nitraat naar het grondwater. Dat probleem speelt al tientallen jaren in Nederland. De deelstaatregering geeft aan geen goed zicht te hebben op de hoeveelheid mest die er vanuit Nederland wordt aangevoerd.
Nordrhein-Westfalen heeft 7 mei met onmiddellijk ingang een meldingsplicht ingevoerd voor de import en het transport van mest uit onder meer Nederland. Volgens bronnen moeten veehouderijen die mest exporteren naar Duitsland één keer per jaar een vergunning aanvragen bij de Duitse landbouwkamers.
Het aan banden leggen van de import van mest uit buurlanden past in het streven van de Duitse deelstaat om maïs en ander veevoer grotendeels zelf te gaan produceren en de mest van eigen veehouderijen op nabijgelegen percelen uit te rijden.
Remmel is verder tegen de bouw van megastallen, omdat deze ook in Duitsland volop ter discussie te staan. Alleen al in Nordrhein-Westfalen staan ruim 100 megaboerderijen. Hij wil de bedrijfsomvang beperken tot maximaal 40.000 kippen en 3.000 varkens.










