BILTHOVEN / DE PEEL – Circa de helft van de bronnen voor het winnen van drinkwater in Nederland voldoet niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Ook de kwaliteitsnormen voor oppervlaktewater worden op veel plaatsen overschreden. Dat concludeert het RIVM in het rapport ‘Bescherming drinkwaterbronnen in het nationaal beleid’. Met name nitraat uit mest is een toenemend probleem. Vooral op de zandgronden. Mede daardoor zijn de waterwinstations in Boxmeer en Vierlingsbeek sinds vorig jaar gesloten.
Hoewel de kwaliteit van het drinkwater in Nederland volgens het RIVM ‘goed’ is te neomen, is er ook reden tot zorg wat betreft de kwaliteit van de ondergrondse bronnen waaruit het drinkwater wordt opgepompt. Om de kwaliteit van het drinkwater te garanderen en de kosten zo laag mogelijk te houden, wordt het uitgangspunt gehanteerd dat drinkwater met zo eenvoudig mogelijke technieken geproduceerd moet kunnen worden. ‘De kwaliteit van de bronnen is daartoe echter op dit moment niet toereikend. De drinkwaterbedrijven moeten, vooral voor oppervlaktewater, geavanceerde zuiveringstechnologieën inzetten om deze kwaliteit te kunnen realiseren’, stelt het RIVM in het rapport.

Deze kaart (bron: RIVM) toont de gemiddelde nitraatconcentratie (mg NO3/l) in het grondwater op een diepte van 5-15 m voor de periode 2008-2010. Vooral in Noordoost- en Zuidoost-Brabant wordt de norm op diverse plaatsen overschreden. Dit grondwater is jonger dan 25 jaar (data: Landelijk Meetnet Grondwater; Baumann et al., 2012).
Helft bronnen overschreden
Uit analyses blijkt dat het aantal chemische stoffen in het grondwater veel groter is dan tot dusver met reguliere monitoringsprogramma’s is aangeven. Het RIVM heeft vastgesteld dat op basis van het Drinkwaterbesluit 2011 de concentraties bij ongeveer de helft van de bronnen de normen voor drinkwater wordt overschreden. Deze normen zijn veelal gebaseerd op het voorzorgsprincipe. Dat wil zeggen dat de aanwezigheid van stoffen met een biologische werking in drinkwater als ongewenst wordt beschouwd. De oorzaak van de verontreinigingen moet volgens het RIVM worden gezocht in menselijk handelen.
Zo is bij een kwart van de waterwinningen in Nederland een verslechtering van de grondwaterkwaliteit gesignaleerd. Deze kunnen in de toekomst leiden tot overschrijding van de normen voor drinkwater in het opgepompte grondwater. Het gaat daarbij volgens het RIVM om probleemstoffen als (bijproducten van) gewasbeschermingsmiddelen en andere organische microverontreinigingen, nitraat en stoffen die door afbraak van nitraat kunnen vrijkomen. Door uitspoeling van nitraat kunnen in diepere grondlagen reacties met pyriet optreden, waardoor arseen, nikkel, sulfaat en chloride kunnen vrijkomen. De belangrijkste bron van dit nitraat is mest uit de intensieve veehouderij.
Omvang probleem
Op het eerste gezicht lijkt het aantal winningen met een (potentiële) overschrijding van de nitraatnorm beperkt. Het RIVM stelt echter dat hierbij rekening gehouden moet worden met het feit dat de metingen gebaseerd zijn op zogeheten ‘ruwwater’. Daarbij gaat het om metingen op basis van de Registratie opgaven van Waterleidingbedrijven (REWAB) in grondwater afkomstig uit meerdere pompputten en watervoerende lagen voorafgaand aan de drinkwaterzuivering. Doordat sommige van deze waterputten niet in bedrijf of tijdelijk zijn uitgeschakeld, zijn problemen met de kwaliteit van individuele waterwinputten niet altijd of slechts beperkt in beeld.
Een ander punt van zorg is dat het (vele) jaren kan duren, voordat het effect van vervuiling op maaiveldniveau aantoonbaar wordt in de pompputten op grote diepte. Volgens het RIVM is de nitraatbelasting in het bovenste grondwater (de eerste meter onder het maaiveld) de afgelopen jaren afgenomen. Met name op de zandgronden is de gemiddelde nitraatconcentratie gehalveerd (Baumann et al., 2012), maar dat laat onverlet dat de concentratie nog steeds hoger is dan het grondwater op een diepte van 10 m onder het maaiveld.

Deze grafiek (bron: RIVM) toont de gemiddelde jaarlijkse nitraatconcentratie (mg NO3/l) in het grondwater tussen 1984 en 2010 op een diepte van 5-15 m onder het maaiveld. Duidelijk is dat de concentraties nitraat op de zandgronden beduidend hoger liggen. (data: Landelijk Meetnet Grondwater; Baumann et al., 2012).
Probleem zakt naar winputten
Ook op een diepte van 5 tot 15 m onder het maaiveld zijn de nitraatconcentraties hoger dan in het diepere grondwater dat thans wordt gebruikt om water te ontrekken voor de drinkwaterbereiding. Het RIVM verwacht dat nitraat in gebieden waar drinkwater wordt gewonnen de komende jaren verder in de bodem zal infiltreren en uiteindelijk de winputten zal bereiken. ‘Hogere concentraties in het ondiepe grondwater gevolgd door lagere concentraties in het bovenste grondwater vormen dus een voorbode voor de toekomstige grondwaterkwaliteit in de pompputten’, aldus het rapport.
Pyrietafbraak
De onderzoekers wijzen er op dat binnen een zogeheten ‘intrekgebied’ (een groot gebied rondom een waterwinstation) tal van activiteiten kunnen plaatsvinden, waardoor de bodem- en grondwaterkwaliteit sterk kan variëren. Dit heeft ook invloed op de bodempassage van aanwezige stoffen. Zo kan nitraat tijdens bodempassage worden gedenitrificeerd. Dat is een proces, waarbij nitraat door bacteriën wordt omgezet in stikstof. Het gevolg is dat nitraat niet langer door planten kan worden opgenomen.
De mate waarin dit proces plaatsvindt, wordt mede bepaald door de geochemische omstandigheden, zoals de aanwezigheid van pyriet (FeS2) of organische stof in de bodem. Eerder onderzoek door onder meer de Werkgroep Pyriet heeft aangetoond dat er op veel plaatsen in de Peelregio sprake is van pyrietafbraak in diepere grondlagen. Hierdoor kunnen zware metalen vrijkomen zoals nikkel, cobalt, zink en arseen en dat kan gevolgen hebben voor de toekomstige drinkwatervoorziening.

Deze kaart (bron: RIVM) toont de maximum nitraatconcentratie in het per winning opgepompte (gemengde) grondwater in 2011 (data uit REWAB-database). Vierlingsbeek (bij Boxmeer) is de rode stip op de kaart. De veesector heeft jarenlang ontkend dat sluiting van dit waterwinstation iets te maken had met verhoogde nitraatconcentraties.
Overschrijdingen nitraatnorm
Bovenstaande observatie wordt onderschreven door een recent door KWR Watercycle Research Institute uitgevoerde studie, waarin nitraatconcentraties in individuele pompputten en waarnemingsputten zijn beoordeeld (Van Loon, 2012). KWR constateert dat gedurende de periode 2000-2010 bij achttien winningen overschrijdingen van de nitraatnorm voorkomen in individuele pompputten. Daarnaast constateert KWR normoverschrijdingen van hardheid, sulfaat en nikkel als gevolg van nitrificatie.
Mestbeleid
‘De meeste normoverschrijdingen zijn structureel van aard of hebben zich recent gemanifesteerd. Dit ondanks het sinds de jaren negentig ingezette mestbeleid. Uit de studie blijken op dit moment 48 winningen te maken te hebben met de gevolgen van vermesting’, aldus het RIVM. ‘Er is nader onderzoek nodig om de vraag te beantwoorden hoe en op welke termijn de door Baumann en collega’s beschreven daling in het bovenste grondwater zich zal manifesteren in de pompputten, en of deze voldoende is om het grondwater in de pompputten aan de nitraatnorm te laten voldoen.’
De gevonden waarden vormen volgens de onderzoekers nog geen acuut risico voor de volksgezondheid, maar het verdient wel aanbeveling om de grondwaterkwaliteit actief te volgen van maaiveld tot aan de winput en dit te verankeren in het gebiedsdossier. Deze aanpak maakt echter nog geen deel uit van het huidige protocol (Wuijts, 2010).











Het is meer dan schandelijk dat een der eerste levensbehoeften van de mens zo wordt verkwanseld door de vee(voeder)industrie. Er dient een onmiddellijke afbraak te komen van stallen.
Zullen we nog meemaken dat de overheid eindelijk ingrijpt?