WAGENINGEN – Volgens de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur is het agrarisch natuurbeheer pas effectief als het wordt ingezet in grote aaneengesloten gebieden waarin de milieurandvoorwaarden geschikt gemaakt worden of al geschikt zijn. Deze ideale situatie is echter niet inpasbaar in de bedrijfsvoering van de gangbare grondgebonden landbouw op graslanden. Pas wanneer de huidige, hoogproductieve melkkoeien worden ingeruild voor vee dat het natuurhooi beter kan verteren, is agrarisch natuurbeheer op grotere arealen inpasbaar.
Volgens Alterra is de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer laag, vanwege de geringe belangstelling van agrariërs voor het zwaardere beheer waarbij de agrariër relatief veel moet laten en vanwege het gebrek aan continuïteit. Een voorbeeld van zwaar beheer is het weidevogelbeheer met een rustperiode waarin niet wordt gemaaid en er ook geen andere werkzaamheden op het perceel plaatsvinden, zodat nesten niet worden verstoord en er voldoende voedsel en dekking is voor jonge vogels.
Groninger blaarkop
Hoewel een verbetering in de uitvoering het areaal en de ruimtelijke verdeling van het agrarisch natuurbeheer kan verbeteren, zal deze de inpasbaarheid van het agrarisch natuurbeheer in de bedrijfsvoering niet vergroten, aldus Alterra. Deze inpasbaarheid wordt namelijk mede bepaald door de mogelijkheden van het bedrijf om het natuurhooi te verwerken. Voor natuurhooi is weinig markt en relatief veel agrariërs stoppen dan ook met agrarisch natuurbeheer.
Een factor die hierbij een rol speelt, is de huidige, hoogproductieve melkkoe. Deze koe is niet in staat om taaiere grassoorten te verteren. Oudere rassen, zoals de zoals de Groninger Blaarkop, zijn veel beter geschikt om natuurhooi en beheersgras te verteren. Reguliere melkveebedrijven zijn daardoor niet geschikt om een rol te spelen bij natuurbeheer. Omschakelen naar een andere veestapel brengt verder flinke investeringen met zich mee, die niet door de subsidieregelingen voor het agrarisch natuurbeheer worden vergoed.
Meer integrale aanpak
Grote aaneengesloten landbouwgebieden met effectief beheer gericht op het verbeteren van de biodiversiteit lijkt alleen mogelijk met een meer integrale aanpak. Verduurzaming van de landbouw, certificering en vergroening van het Europese Landbouwbeleid in combinatie met subsidie voor agrarisch natuurbeheer bieden enig perspectief maar dan zullen er wel specifiek op behoud van biodiversiteit gerichte voorwaarden in moeten worden opgenomen.
Bron: Alterra










