DEN BOSCH – Het provinciebestuur (Gedeputeerde Staten) heeft een voorstel naar het Brabantse parlement (Provinciale Staten) gestuurd met daarin drie mogelijke scenario’s voor mestbewerking. De Statenleden hebben de keuze uit: mestfabrieken, mestfabrieken of mestfabrieken. De enige variabele is de locatie of de grootte van de installatie. Het al tientallen jaren voortslepende mestprobleem bij de bron aanpakken (minder beesten) komt nergens in het voorstel voor. De omstreden mestvergisters (voorheen ‘mestverwerkers’ genoemd) vallen nu ineens onder de categorie ‘mestbewerkers’. Het scheelt maar een paar letters, maar voor omwonenden betekent het een wereld van verschil.
Volgens het voorstel van GS moet Provinciale Staten kiezen uit 1. Mestbewerking alleen op bedrijventerreinen en verder alleen op het eigen bedrijf (komt in grote lijnen overeen met het huidige beleid). 2. Mestbewerking op bedrijventerreinen en op een beperkt aantal geschikte locaties in landelijk gebied (groter dan 1,5 hectare bouwblok) en op veebedrijven (tot 1,5 hectare) of 3. Alleen grootschalige bewerking op enkele locaties (zonder bovengrens of max. 1,5 hectare) en kleinschalige mestbewerking zoveel mogelijk tegengaan.
Statenleden verdeeld
GS sprak zelf een voorkeur uit voor scenario 2, omdat dit beter zou aansluiten ‘bij de huidige initiatieven in de praktijk’ en dat bij dit model betere sturing mogelijk is. In een eerder document werden ten aanzien van de controle juist allerlei kanttekeningen geplaatst door de provincie, omdat de Verordening Ruimte en de Milieuwet op dit punt onvoldoende mogelijkheden bieden. Daarover stelt GS nu dat het ‘de vraag is of dit erg bezwaarlijk is’.
Tijdens de commissie Transitie Stad en Platteland (TSP) op vrijdag 6 december bleek dat de Statenleden sterk verdeeld zijn over het voorstel. De VVD toonde zich voorstander van scenario 2. Het CDA vond deze optie nog niet ver genoeg gaan. Fractievoorzitter Conny Kerkhof pleitte voor verdere verruiming van de mogelijkheden (2+). Coalitiepartner SP neigde naar enkele grote mestverwerkingsinstallaties, maar twijfelde ook nog tussen scenario 2. Fractievoorzitter Nico Heijmans verweet CDA en VVD zaterdag in het Brabants Dagblad ‘overal in Brabant mestverwerking te willen’.
Minder beesten
Het probleem bij de bron aanpakken ofwel ‘minder beesten’ houden, komt nergens in het voorstel van GS voor. Dat is zegt uitgedrukt nogal vreemd. Tijdens de Ruwenberg-conferentie die februari van dit jaar is gehouden in Sint-Michielsgestel zijn namelijk wel afspraken gemaakt over het aanpakken van de problemen in de overbelaste gebieden, zoals Peel en Kempen. Daarnaast heeft Provinciale Staten in 2010 bij meerderheid een motie aangenomen ‘Stop, geen vee erbij’. Tot op heden heeft GS daar geen gehoor aan gegeven.
De grootste oppositiepartij, PvdA, gaf aan het meest te voelen voor scenario 2 (waarin in principe alles mogelijk is). Geen enkele fractie toonde zich echter volmondig voor- of tegenstander van één van de genoemde scenario’s. De PVV stelde als voorwaarde dat mestfabrieken niet mogen leiden tot extra overlast (alleen met instemming omwonenden) en geen risico’s mogen opleveren voor de volksgezondheid. D66 GroenLinks en de PvdD waren de enige fracties die duidelijk kiezen voor het aanpakken van de bron: minder dieren.
Mestvergisting
In het voorstel van GS wordt de mogelijkheid van mestverwerking (ofwel vergisting) nadrukkelijk opengelaten. De mogelijkheden van mestvergisting zijn volgens GS gekoppeld aan de keuze van bovenstaande scenario’s, waarbij (co-)vergisting in toenemende mate niet meer op zichzelf zal staan, maar onderdeel zijn van het proces van mestbewerking. ‘In principe is vergisting mogelijk in alle scenario’s’, aldus het voorstel.
In de huidige Verordening Ruimte 2012 van de provincie is vergisting opgenomen als een aparte categorie met een omvang tot 1,5 hectare bouwblok; zowel met eigen mest als mest van derden. Recent is echter een nieuwe Verordening Ruimte 2014 ter inzage gelegd (staat januari 2014 op de agenda van PS), waarin vergisting is opgenomen onder de noemer ‘mestbewerking’. Verder denkt GS nog steeds dat vergisters vallen onder de categorie ‘duurzame energieopties’. Mestvergisters leveren nauwelijks of geen energie op en zijn niet duurzaam.
Buitengebied
Voorts vermeldt het voorstel dat grootschalige, industriële verwerking van dikke fractie niet thuishoort in het buitengebied. Uit het document blijkt echter dat GS daar weer een vreemde kronkel aan toevoegt: “Gelet op de doelstelling (geen grootschalige industriële verwerking van dikke fractie in het buitengebied) en het feit dat vergisters in het buitengebied nu geen dikke fractie mogen aanvoeren voor de vergisting wordt voorgesteld om de regel aan te passen. Voorstel: aanvoer van dikke fractie in het buitengebied niet toestaan tenzij voor vergistingsdoeleinden.” In gewoon Nederlands: GS wil de verwerking van dikke fractie in mestvergisters in het buitengebied toestaan.
De gevolgen zullen niet uitblijven. GS verwacht dat, hoewel vrijwel alle bestaande vergisters met verlies draaien, de schaalgrootte van bestaande vergisters zal toenemen. Ironisch genoeg wordt daar aan toegevoegd dat ‘een goede businesscase voor vergisting nog steeds mogelijk is, wel mede op basis van de SDE+ subsidie’. Met andere woorden: de veesector wordt met geld van de belastingbetaler van zijn mestprobleem afgeholpen. Hoezo de vervuiler betaalt?
Cuijk en Elsendorp
Het Brabants Dagblad meldde zaterdag dat de ZLTO plannen heeft voor de bouw van een grote mestfabriek naast de biomassacentrale van Essent op het bedrijventerrein Katwijk in Cuijk. Ook werd een mestfabriek genoemd van 500.000 ton van boerencoöperatie MACE aan de Middenpeelweg bij Elsendorp. Beide initiatieven passen volgens de krant al in het huidige, provinciale beleid. De fractie van VVD en CDA willen echter een uitzondering maken voor installaties van loonwerkers die installaties willen bouwen groter dan 1,5 hectare bouwblok.











Tijd om na te denken over een andere stroomleverancier, die niet mest “verwerkt”? En groenafval scheiden is wat mij betreft afgelopen, als dat mede wordt gebruikt om die strontfabrieken te “voeden”. Dit voor een “beter” milieu!