Eerste Kamer stemt in met Meststoffenwet & mestfabrieken

eerste_kamer_mestwetDEN HAAG – De Eerste Kamer heeft 17 december 2013 de gewijzigde Meststoffenwet aangenomen, waarin veebedrijven wordt verplicht om hun mestoverschot te (laten) verwerken. De senatoren namen het voorstel aan na stemming bij zitten en opstaan. Vóór stemden de fracties van VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, D66 en 50PLUS. Een motie van de oppositie waarin het kabinet wordt opgeroepen de effectiviteit van de Mestwet te evalueren, werd weggestemd. De gezamenlijke Peelgroepen maken zich grote zorgen over de enorme impact die deze wet gaat hebben op de leefbaarheid en het milieu in de overbelaste gebieden.

Tijdens het debat op 10 december in de Eerste Kamer werden een groot aantal kritische vragen gesteld aan staatssecretaris Dijksma (PvdA) door de oppositie (Partij voor de Dieren, GroenLinks, Onafhankelijke Statenfractie en Socialistische Partij) over de beoogde effectiviteit van de gewijzigde Meststoffenwet (EK 33.322, A ).

Grote zorg
“Aan de ene kant zegt de staatssecretaris dat het allemaal op orde moet en gaat komen. Aan de andere kant zegt zij zelf al: stel dat het niet goed komt en tegelijkertijd het aantal dieren toeneemt”, aldus Marijke Vos (GroenLinks). “In feite geeft zij dus aan dat de kans groot is dat het aantal dieren toeneemt na de afschaffing van de dierrechten. Daar zit een grote zorg van ons. De veehouderij veroorzaakt immers al zeer veel milieuproblemen in dit land, niet op één front maar op alle fronten.”

Vos noemde een groot aantal knelpunten op die veroorzaakt worden door de intensieve veehouderij. “De bodem en het grond- en oppervlaktewater zijn vervuild. Door te veel ammoniak gaat onze natuur naar de knoppen. De veehouderij draagt flink bij aan de opwarming van het klimaat. Fijnstof is een groot probleem voor de volksgezondheid. Een deel daarvan komt van de intensieve veehouderij. Dan heb ik het niet eens gehad over de risico’s voor de volksgezondheid: de Q-koorts en de antibioticaresistentie die ontstaat.”

Leefbaarheid onder druk
Ook wees Vos op de landschapsvernieling en de grote verkeersdruk van zwaar landbouwverkeer op kleine wegen die gaat ontstaan door de bouw van mestfabrieken.  ”Juist in de concentratiegebieden en de daarmee gepaard gaande verkeersonveiligheid. Dit telt allemaal op voor de mensen die daar wonen, voor het milieu, de natuur en de dieren zelf. Het beeld is niet fraai: de leefbaarheid staat enorm onder druk, de volksgezondheid is in het geding en de schade aan natuur en milieu is groot. En wat doet dit kabinet? Het schaft de dierrechten af en stelt daarvoor een uiterst onzeker systeem in de plaats, namelijk de verplichte mestverwerking.”

In plaats van een terugtredende overheid die alles overlaat aan de markt, is er volgens het Kamerlid van GroenLinks behoefte aan sterkere nationale sturing om de problemen op te lossen. “Die sturing ontbreekt op heel veel fronten. Wij hebben daar een interessant overzicht van gekregen van de Stichting Natuur & Milieu. Zij schetst het beeld dat op dit moment in feite nationale sturing ontbreekt op het gebied van volksgezondheidsrisico’s. Voor geurbeleid ontbreekt duidelijke nationale regelgeving. Er is onvoldoende sturing op het fijnstof-, fosfaat-, ammoniak- en CO2-beleid. Het ene punt waarvoor dan wel landelijk beleid is, namelijk de sturing op dierrechten, wordt juist afgeschaft.”

Dossier stinkt
Senator Niko Koffeman (PvdD) sprak mede namens de OSF en SP. Ook hij liet zich zeer kritisch uit over de Meststoffenwet. “Dit dossier stinkt, letterlijk. Nederland weet zich geen raad met de 70 miljard kilo mest die hier geproduceerd wordt, 4.000 kilo per Nederlander, pakweg 60 keer je eigen gewicht in poep, 200 mestpoppen van je eigen postuur in de voortuin van elke doorzonwoning. Dat is een enorme belasting voor de waterkwaliteit, de bodem en natuurgebieden en dat is de oorzaak van problemen als ganzenoverlast, fosfaattekorten en niet sluitende mineralenkringlopen.”

Koffeman verwees daarbij naar de stikstofkaart van Europa waarop Nederland staat aangeduid als een inktzwarte plek. “We zijn het vieste jongetje van Europa. De afzichtelijke omvang van de Nederlandse bio-industrie, 500 miljoen dieren die lijden en sterven na een kort en ellendig leven, vaak in potdichte stallen, zorgt ervoor dat jaarlijks minstens 1,75 miljard euro aan kosten door de veehouderij wordt afgewenteld op de samenleving. Dat is een misplaatste subsidie, waaraan mensen moeten meebetalen die deze vorm van dierhouderij afwijzen. En dan reken ik verlies van biodiversiteit, stankoverlast, klimaatverandering, subsidies en warme sanering nog niet eens mee.”

Fraudegevoeligheid
Zowel Niko Koffeman als Marijke Vos vroegen tijdens het debat op 10 december aandacht voor de fraudegevoeligheid van de Meststoffenwet. Marijke Vos wees daarbij op een onderzoek van Wageningen Universiteit waaruit blijkt dat er tussen 2006 en 2010 in totaal 45 miljoen kilo fosfaat is verdwenen uit varkensmest. Deze enorme hoeveelheid mineralen is hoogst waarschijnlijk verdwenen in het milieu.

Volgens de boeteclausule die in de Mestwet staat (11 euro boete per kg fosfaat) zou over de 45 miljoen kg fosfaat een boete betaald moeten worden van bijna 500 miljoen euro. Daarbovenop komt een boete à 7 euro voor het verdwijnen van de daaraan gekoppelde hoeveelheid stikstof (1,25 miljard euro) en nog eens 7 euro per kg voor het overtreden van de Mestwet (500 miljoen). Bij elkaar opgeteld levert dat een boete op van ruim 2 miljard euro. Deze boete is nooit geïnd door de daarvoor aangewezen instanties.

Koffeman stelde dat de uitvoerbaarheid en fraudegevoeligheid van de Mestwet grote vragen opriep en dat een zorgvuldiger behandeling meer dan gewenst is. Hij verwees daarbij naar de Raad van State: “Die heeft eveneens aangegeven grote zorgen te hebben over de kwetsbaarheid van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn door de beperking van het ondersteunende instrumentarium, maar de regering beperkt zich tot de stelling dat ze die zorgen niet deelt.”

Zwarte markt
Hij haalde een voorbeeld aan uit de praktijk. “Afgelopen weekeinde heeft een voorman van LTO gezegd dat het hem grote zorgen baart dat in veel gebieden naar zijn inschatting 40 procent van de mest zwart verwerkt wordt. Hij zegt dat dat niet alleen milieunadelen heeft, maar ook concurrentienadelen, omdat ondernemers die het wel goed doen met valse concurrentie te maken krijgen.”

Tijdens de behandeling op 10 december 2013 werd de motie-Koffeman (PvdD) ingediend om een plan van aanpak op te stellen om de mestfraude op een sluitende wijze te bestrijden (EK 33.322, G). Deze motie werd ondersteund door SP, OSF en GroenLinks, maar werd later die dag aangehouden.

Motie effectiviteit
In een andere motie (EK 33.322, H) van de PvdD (die gesteund werd door OSF, GroenLinks en SP) en waarin het kabinet wordt opgeroepen een evaluatie naar de Kamer te sturen over de effectiviteit van verplichte mestverwerking haalde het niet. De motie werd na stemming bij zitten en opstaan verworpen door PvdA, VVD, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP en D66. Alleen 50PLUS, OSF, PvdD, SP en GroenLinks stemden voor. Vreemd, want uitgerekend de Eerste Kamer heeft als primaire taak toezicht te houden op de effectiviteit en handhaafbaarheid van wetgeving…

 

Dit bericht is geplaatst in Landschap, Leefbaarheid, Luchtkwaliteit, Mestfabrieken, Minder beesten, Mineralenoverschot, Stankoverlast. Bookmark de permalink.

Eén reactie op Eerste Kamer stemt in met Meststoffenwet & mestfabrieken

  1. q-man schreef:

    EEN DUIDELIJK OVERZICHT WAAR JE AL DAN NIET OP MOET GAAN STEMMEN IN DE TOEKOMST….

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.