BILTHOVEN / DE PEEL – De toetsingswaarden waarmee de kwaliteit van het grondwater wordt uitgedrukt, worden bijna overal op de zandgronden in Zuid-Nederland overschreden. Vooral in het ondiepe grondwater in het zuidwesten van Brabant, de Peelhorst en oude rivierterrassen langs de Maas komen verhoogde concentraties zware metalen en andere mineralen voor. Soms liggen die extreem boven de toetsingswaarden, zo blijkt uit een rapport van het RIVM uit 2010. Recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (december 2013) laat zien dat daar sindsdien nauwelijks verbetering in is opgetreden.
Volgens het Planbureau is het gehalte aan zware metaalgehalten in veevoer, kunstmest en neerslag van vuile lucht (depositie) tussen 1990 en 2012 weliswaar is gedaald, maar dit heeft tot dusver weinig effect gehad op de kwaliteit van het ondiepe grondwater. Met name
op de zandgronden in Zuid-Nederland worden de streefwaarden voor zware metalen (cadmium, zink, nikkel, koper, chroom en arseen) nog steeds fors overschreden. Met name die van chroom en cadmium in het ondiepe grondwater (5-15 m diep) zijn extreem hoog; gemiddeld liggen deze 5 miljoen procent boven de norm (zie tabel).
Depositie, mest en verzuring
De onderzoekers schrijven de overschrijdingen toe aan atmosferische depositie, aanvoer via mest en verzuring van de bodem. Opvallend zijn de extreem hoge overschrijdingen van de streefwaarden onder natuurgebieden op de zandgronden. Een medewerker van het Planbureau laat desgevraagd weten dat dit waarschijnlijk te verklaren is door de hoge zuurgraad (lage pH-waarde) van de bovenliggende natuurgrond. Op landbouwgronden wordt op gezette tijden kalk uitgereden om de zuurgraad te verhogen. Op natuurgronden blijft dit achterwege met als gevolg dat de concentraties daar aanzienlijk hoger liggen.
De data in bovenstaande tabel komen uit de database van het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit. Er worden volgens de onderzoekers geen duidelijke veranderingen (lees: verbeteringen) waargenomen.
Het beleid van de Nederlandse overheid is erop gericht om op lange termijn overal de streefwaarde te bereiken. De atmosferische depositie van zware metalen is de afgelopen decennia afgenomen door onder andere de sanering van de zinkindustrie in Zuid-Nederland en de invoering van loodvrije benzine. Ook zijn de zware metaalgehalten in veevoer en kunstmest afgenomen. Desondanks wordt de norm onder de zandgronden, zeker in vergelijking met andere gebieden in Nederland, extreem overschreden. Hoge concentraties aan zware metalen in het grondwater kunnen een bedreiging vormen voor de drinkwaterkwaliteit.
RIVM-rapport 2010
Volgens het eerder verschenen rapport ‘De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater in Nederland 1984-2008 (RIVM) komen op de zandgronden (zuidwestelijke zandgebied, Peelhorst en oude rivierterrassen langs de Maas) veel overschrijdingen van de streefwaarden voor in het ondiepe grondwater (aluminium, kalium, nikkel, cadmium en zink; zie tabel). Deze mineralen komen van nature voor in het lokale sediment, maar door chemische processen (oxidatie van pyriet ten gevolge van uitspoeling van nitraat uit mest), kunnen deze stoffen in oplossing komen.
De lage pH-waarden in het ondiepe grondwater wijzen aldus het RIVM-rapport op verzuurd grondwater, waardoor dit proces wordt versneld. Ook aluminium, cadmium en zink zijn bij lage pH-waarden mobiel en kunnen daardoor uitspoelen naar het grondwater. De hoge overschrijding van de streefwaarden voor kalium in het ondiepe grondwater van de zandgebieden is meest waarschijnlijk een gevolg van bemesting door de landbouw.
Pyrietafbraak & zware metalen
Ook de hoge concentraties nitraat onder de Peelhorst, rivierterrassen langs de Maas en elders worden toegeschreven aan overbemesting in combinatie met aeroob (zuurstofrijk) grondwater. Naarmate de diepte van het grondwater toeneemt, wordt de hoeveelheid zuurstofrijk grondwater minder, waardoor denitrificatie kan optreden onder invloed van een zuurstofarm milieu, bodembacteriën en aanwezigheid van ijzersulfide (pyriet) in de bodem. Hierdoor neemt de uitspoeling van nitraat weliswaar af, maar bij dit chemisch proces komen onder andere sulfaat en zware metalen vrij.
Volgens het RIVM-rapport is de verandering van de grondwaterkwaliteit onder de zandgronden het grootst. Daarbij wordt onder meer verwezen naar daling van de chlorideconcentratie (minder gebruik van mest en kunstmest). Deze trend zet zich echter niet overal door. In het oosten van Brabant en Noord-Limburg is een stijging te zien van de kalium, sulfaat- en fosfaatconcentraties in het middeldiepe grondwater. Deze zijn volgens de onderzoekers het gevolg van overbemesting, pyrietoxidatie en afbraak van organische stof.
Chroom en arseen
In dit verband wordt specifiek gewezen op de hoge concentraties arseen en chroom (meer dan 10% boven de streefwaarde) in het middeldiepe grondwater onder de zandgronden. De aanwezigheid van arseen, chroom en andere zware metalen in het grondwater is gerelateerd aan het voorkomen van pyriet in de bodem. Wanneer pyriet oxideert of ijzeroer reduceert, komt dit arseen vrij. Belasting van de bodem met arseen vindt ook plaats door middel van depositie vanuit de lucht, meststoffen en door het gebruik van arseenverbindingen als bestrijdingsmiddel en aardappelloofdoder (tot 1984). Voor chroom worden duidelijke dalingen gevonden in het ondiepe grondwater. Echter niet in het middeldiepe water van de Peelhorst, en Centrale Slenk.











Het bronwater in Boxmeer en Vierlingsbeek is reeds naar de bliksem; nu de rest van Brabant nog. En de veefabrikant; hij vervuilt verder.