Kamer akkoord met stikstofbeleid staatssecretaris Dijksma

binnenhof_mestwetDEN HAAG – De Tweede Kamer is deze week akkoord gegaan met het zogeheten ‘derogatiebeleid’ van staatssecretaris Dijksma (PvdA). Volgens de Europese Nitraatrichtlijn mogen boeren 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruiken. Het kabinet maakt echter al jaren gebruik van een uitzonderingsregel: in Nederland mogen boeren 250 kilo stikstof per hectare uitrijden op grasland. Dat wordt ‘derogatie’ genoemd. Van de Europese Commissie mag dat op de zand- en lössgronden in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg nog maar 230 kilo zijn, vanwege structurele overschrijding van nitraat in het grondwater.

Een extra voorwaarde van Dijksma is dat 80 procent van de gronden die de veehouders bewerken uit grasland moet bestaan. Die norm geldt voor heel Nederland. Tot dus ver was dat 70 procent. Bedrijven die niet aan de norm van 80 procent voldoen, moeten nog dit jaar hun zaaischema aanpassen. Als ze dat niet doen, dan geldt de algemene norm van 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare.

Mestfabrieken…
Het plan van de staatssecretaris hangt nauw samen met initiatieven om mestfabrieken van de grond te krijgen. De verwachting van het kabinet is dat de hoeveelheid fosfaat, een ander mineraal dat veel voorkomt in mest,  dat verwerkt moet worden toeneemt van 5,8 tot 7,1 miljoen kilogram. Indien alle bedrijven besluiten het bouwplan nog dit jaar aan te passen (van 70 naar 80 procent grasland) dan neemt de plaatsingsruimte voor mest toe met circa 0,5 miljoen kilogram fosfaat.

Het voorstel van het kabinet is gebaseerd op de gedachte dat de omzetting van mineralen door landbouwgewassen in Nederland op een veel hoger niveau ligt dan elders in Europa. Met dat argument stond ‘Brussel’ jarenlang verhoging van 170 naar 250 kg stikstof per hectare op grasland toe. Of die gedachte klopt, is uiterst discutabel. Uit metingen van allerlei overheidsinstanties blijkt dat de normen voor fosfaat en stikstof voor bodem, lucht en water al decennia in Nederland structureel worden overschreden. Met name op de zandgronden in Brabant. Dat betekent dat de hoeveelheid aan te wenden dierlijke mest nog veel verder naar beneden moet.

Den Haag zwicht
Veehouders klagen momenteel hardop over de ‘aanscherping’ van 250 naar 230 kg stikstof per hectare. Het lijkt er meer op dat ‘Den Haag’ opnieuw is gezwicht voor de kortetermijnbelangen van de veesector. Het kabinet zet alles in het werk om ‘Brussel’ over te halen om opnieuw een uitzondering te maken voor de Nederlandse boeren. Hanteren van de EU-norm (170 kg) zou immers betekenen dat het mestoverschot in Nederland, met name in Brabant en andere gebieden met veel intensieve veehouderij, nóg verder gaat oplopen. Als ‘Brussel’ het plan van Dijksma accepteert (230 kg in combinatie met mestfabrieken), is dat de vijfde keer op rij dat Nederland wegkomt met een uitzonderingsmaatregel. Het milieu en de maatschappij betalen de rekening.

mestproductie_overschot_peelregio

Op de achtergrond speelt tevens het voornemen van het kabinet om de dierproductierechten voor varkens en pluimvee over een aantal jaren af te schaffen. Want, zo is opnieuw de gedachte, zodra er mestfabrieken zijn is het mestprobleem opgelost. In werkelijkheid lossen mestfabrieken helemaal niets op. Ze verplaatsen het probleem hooguit. De import van grondstoffen uit Zuid-Amerika gaat gewoon door. De mest (mineralen) blijven achter in Nederland of elders in Europa. Daarmee is nog steeds geen sprake van het hoogst noodzakelijke sluiten van de mineralenkringlopen. Bovendien houden mestfabrieken een veel te grote veestapel in stand met alle daar aan verbonden risico’s voor de volksgezondheid.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Ammoniak / depositie, Dierproductierechten, Mestfabrieken, Mestoverschot, Mineralenoverschot, Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.