DEN HAAG – De Kamerfracties van PvdA, ChristenUnie, SP, D66, GroenLinks en PvdD vinden dat groei van de melkveehouderij in Nederland niet mogelijk moet zijn via uitsluitend extra mestverwerking. Dat bleek 9 oktober 2014 tijdens een debat in de Tweede Kamer met staatssecretaris Dijksma. Inzet was haar wetsvoorstel ‘Verantwoorde groei melkveehouderij’. Genoemde fracties, die een Kamermeerderheid vertegenwoordigen, vinden dat de melkveehouderij in Nederland vooral grondgebonden moet blijven.
In 2015 wordt het huidige Europese stelsel van melkquotering afgeschaft. Het gevolg is dat het aantal melkkoeien zal toenemen en dat er dus ook meer mest wordt geproduceerd. Staatssecretaris Dijksma (PvdA) wil dit proces in goede banen leiden door een stelsel in te voeren dat niet langer gericht is op beperken van de melkproductie, maar door te sturen op de productie van mest door melkvee. Daarbij wordt de mestproductie en het mestoverschot van melkveebedrijven in 2013 als uitgangspunt genomen.
Extra grond en/of mestverwerking?
Volgens het voorstel van Dijksma mag groei van het aantal koeien op een bedrijf ten opzichte van 2013 niet leiden tot vergroting van het mestoverschot. ‘Bedrijven met melkvee die willen groeien, moeten deze groei compenseren met extra grond, mestverwerking of een combinatie van beide’, schrijft Dijksma aan de Kamer.
Tijdens het Kamerdebat gaven PvdA, ChristenUnie, SP, D66, GroenLinks en PvdD aan dat zij compensatie van groei van het mestoverschot via de route van extra mestverwerking niet zien zitten. Met name Dijksma’s eigen partij, de PvdA, vindt dat de wet zodanig aangepast moet worden dat melkveebedrijven de uitscheiding van extra fosfaat door het melkvee volledig op eigen grond moeten kunnen plaatsen.
Meer melkvee = 4.000.000 kilo fosfaat extra per jaar
Uit onderzoek van Wageningen Universiteit blijkt dat de melkveehouderij in de periode 2015 – 2020 circa vier miljoen kilo fosfaat per jaar extra gaat produceren. Volgens de onderzoekers zullen melkveehouders deze extra verwerkingsplicht tegen betaling overdragen aan varkenshouders door extra, vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO) af te sluiten. ‘Hierdoor blijft het inkomenseffect van hogere afzetkosten in de varkenshouderij mogelijk beperkt. Voor de melkveehouder is een VVO economisch de meest aantrekkelijke optie voor de afzet van de extra geproduceerde mest.’
D66 ziet deze constructie niet zitten. Volgens Gerard Schouw moet groei van de melkveestapel maatschappelijk verantwoord plaatsvinden en in balans zijn met de draagkracht van de beschikbare grond. Schouw riep de staatssecretaris daarom op om met een alternatief plan te komen. Als dat niet gebeurt, wordt volgens Henk van Gerven (SP) de deur naar verdere intensivering van de melkveehouderij wagenwijd opengezet met als gevolg dat de melkveehouderij de varkens- en pluimveesector achterna gaat. Dat betekent dat koeien niet meer in de wei komen en de hele dag op stal staan.
Invoering dierproductierechten
Een aantal Kamerfracties sluit bovendien niet uit dat de melkveehouderij na de afschaffing van de melkquotering harder zal gaan groeien dan tot dusver is aangenomen. Als dat scenario zich voltrekt, wordt invoering van een stelsel van dierproductierechten voor melkvee niet uitgesloten. Een groot nadeel van zo’n systeem is dat het principe van ‘grondgebonden melkproductie’ dan juist wordt losgelaten. Dit zal leiden tot nog grotere toename van het mestoverschot en tot verdere opvoering van de melkproductie per koe.
Een andere reden voor de Kamer om te twijfelen aan mestverwerking is het ontbreken van uitzicht op de realisering van voldoende mestverwerkingscapaciteit. Mestverwerking stuit nu al op veel plaatsen op stevig verzet onder de bevolking. Een meerderheid in de Kamer is daarom van mening dat de melkveehouderij vooral dient te investeren in grond en niet teveel kaarten moet zetten op mestverwerking. De zuivelsector zegt het eens te zijn met de Kamer dat groei van de melkveehouderij vooral grondgebondenheid dient te zijn mét weidegang. De praktijk van de afgelopen tien jaar laat echter een andere ontwikkeling zien…











Dijksma(1.) : ‘..niet leiden tot vergroting van het m e s t overschot’
Dijksma(2.) : “..compenseren met extra grond, m e s t verwerking….. ”
Snap ik iets niet?