ZLTO wil groei melkveehouderij via 100% mestverwerking

provinciehuis_mestfabriek_melkveewetDEN BOSCH – De Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) heeft geen enkele moeite met verdere groei van de melkveehouderij via de route van 100 procent mestverwerking. De ZLTO noemt de oorspronkelijke opzet van de Melkveewet van staatssecretaris Dijksma (PvdA) een prima voorstel, aldus vakblad De Boerderij (23-12-2014). “Daarmee kunnen onze leden uit de voeten. Het houdt rekening met de regionale – overwegend intensievere – structuur en biedt voor elke ondernemer een kans.” Deze visie staat haaks op het eveneens door de ZLTO gepropageerde streven naar meer weidegang.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat aantal melkkoeien dat weidegang krijgt, tussen 1997 en 2013 met name in het zuidelijk weidegebied (Brabant en Limburg) flink is gekelderd. In 1997 liep nog 91 procent van de koeien in Zuid-Nederland de wei. In 2013 was dit aantal gedaald tot slechts 54 procent. Dat betekent dat 46 procent van de koeien permanent op stal staat. Dit aantal dreigt verder te dalen met het afschaffen van de melkquota in april 2015. Zeker als de ZLTO zich daarbovenop voorstander heeft verklaard van verdere groei van de melkveehouderij via 100 procent mestverwerking.

Belofte weidegang niet geloofwaardig
In het bericht in De Boerderij beweert de ZLTO dat zij het belangrijk vindt dat weidegang en grondgebondenheid worden gestimuleerd. Deze visie wordt echter wel nadrukkelijk gekoppeld aan ‘marktkansen voor ondernemers’. Verder zegt de ZLTO afstand te nemen ‘van extreme vormen van melkveehouderij waar geen maatschappelijk draagvlak voor is’.

De boerenbelangenorganisatie noemt dit ‘eigenschaligheid’ ofwel ‘het bedrijf moet passen in de omgeving, bij de ondernemer en bij de markt’. Mooi woorden, maar de feiten spreken een andere taal. In Zuid-Nederland is het aantal permanent opgestalde koeien het sterkt gestegen en met 46 procent het allerhoogste van heel Nederland.

melk_witte_motor_mestfabrieken

Zusterorganisatie LTO Noord is een andere visie toegedaan. Zij vindt (anders dan de ZLTO) dat er grenzen gesteld moeten worden gesteld aan de optie van 100 procent mestverwerking. LTO Noord hoopt op deze manier een meer evenwichtige ontwikkeling van de melkveehouderij te realiseren met behoud van grondgebondenheid en weidegang binnen de milieurandvoorwaarden.

Vergelijking Friese en Brabantse boer
nieuwsuur_25_11_2014Bovenstaande verschillen kwamen ook naar voren in een uitzending van Nieuwsuur op 25 november 2014. Een Friese melkveehouder gaf daarin aan gekozen te hebben voor grondgebonden groei. Zijn Brabantse collega daarentegen zei te kiezen voor mestverwerking, omdat grond in Brabant schaars en duur is. “Grond kopen is geen optie.” Deze koers betekent verdere toenamen van het aantal megastallen, toename van de veedichtheid, minder koeien in de wei en vooral verdere toename van het nu al enorme mestoverschot in Brabant en Limburg.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Melkveehouderij, Mestfabrieken, Mestoverschot, Politiek, Provincie Brabant, Rundveehouderij, Tweede Kamer. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.