DEN HAAG – Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft dinsdag 20 januari 2015 besloten om de subsidie op mestvergisters (SDE+) voort te zetten. Een motie van Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren (PvdD) werd weggestemd door onder andere CDA, PvdA, VVD, D66 en CU. Daarmee negeerde een Kamermeerderheid een kritisch rapport dat de Algemene Rekenkamer afgelopen zomer publiceerde over fraude en gesjoemel met mestvergisters. Vóór afschaffing van de subsidie op mestvergisters waren SP, GroenLinks, PVV, 50Plus.
Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de overheid 62 miljoen euro subsidie uitgeeft aan mestvergisters. Tweede Kamerlid Henk van Gerven (SP): “De Rekenkamer gaat expliciet in op de mestvergisters. Er wordt 62 miljoen subsidie aan uitgegeven. Dat is een bak geld. In 30 procent van de gevallen blijkt sprake te zijn van zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Moet dit niet op de helling?”, aldus Van Gerven tijdens een debat met staatssecretaris Dijksma (PvdA) op 24 juni 2014.
Stoppen met subsidie
Dinsdag 13 januari 2015 stond de subsidieverlening aan mestvergisters opnieuw op de agenda van de Tweede Kamer tijdens een debat met minister Henk Kamp (VVD). Esther Ouwehand (PvdD) diende toen een motie in om de subsidie op mestvergisters te beëindigen. Dit vanwege de constatering dat een groot deel van de beschikbare SDE+ gelden worden besteed aan het ondersteunen van de productie van biogas uit dierlijke mest, terwijl het vergisten van mest zelf erg weinig energie oplevert.

Ook zorgen deze installaties volgens de motie voor grote overlast en risico’s zorgen voor omwonenden (stankoverlast, ontploffingsgevaar en mogelijk vrijkomen van giftige gassen) Ook worden er op grote schaal voedselgewassen (co-producten) meevergist (omdat er uit mest nauwelijks energie valt te halen). Ouwehand kreeg bijval van SP, GroenLinks, PVV, 50Plus.
Grootschalige import grondstoffen
Een meerderheid van de Kamer schaarde zich echter achter minister Kamp (Economische Zaken). Volgens Kamp maakt mest onderdeel uit van de vlees- en voederproductie in Nederland. Hij wees er verder op dat ons land de tweede exporteur is van agrarische producten in de wereld. Dat de agrarische sector op de eerste plaats massaal grondstoffen zoals soja en mais importeert om die productie te kunnen realiseren, liet hij buiten beschouwing.
Juist die grootschalige import heeft geleid tot een enorm mestoverschot. In de Peelregio is dat overschot inmiddels opgelopen tot 6 miljoen ton per jaar. Dat probleem hangt als een molensteen om de nek van de veesector en zorgt al decennia voor grote druk op het milieu. De praktijk wijst bovendien uit dat er nauwelijks energie valt te halen uit mest. In feite subsidieert een meerderheid in de Kamer dus het opruimen van het mestoverschot onder het mom van ‘opwekken van duurzame energie’. Dit staat haaks op het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Voortzetting subsidie mestvergisters
Ondanks deze kanttekeningen blijft minister Kamp de subsidie aan mestvergisters steunen. “Als je vlees produceert, is er ook mest. Als je die mest kunt gebruiken voor duurzame energie, vind ik dat een goede zaak. Ik ben van plan om dat te blijven stimuleren.” Dat is zacht uitgedrukt nogal vreemd voor een partij die altijd beweert voorstander te zijn van marktwerking en de vrije markt. Of is dit een vorm van ‘proletarisch winkelen à la VVD’?











Op alles moet blijkbaar worden bezuinigd. En voor de vee-industrie vindt het omgekeerde plaats! Overigens blijkt uit bovenstaand stuk dat Kamp en zijn kornuiten van de z. g. “vrije markt”, dus totaal niet kunnen rekenen. Verder komt opnieuw de tegenstelling aan het licht tussen top en achterban van de PvdA in Brabant.